ECLI:NL:CRVB:2008:BG4269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks te late arbeidskundige toelichting
Appellante, laatstelijk werkzaam als hulp in algemene dienst, meldde zich in 2001 ziek vanwege psychische klachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2005 stelde een verzekeringsarts vast dat zij nog beperkt sociaal functioneert, maar niet volledig arbeidsongeschikt is. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante met geselecteerde functies een inkomen kan verdienen waarbij het verlies aan verdiencapaciteit 45 tot 55% bedraagt. Het Uwv herzag daarop haar uitkering.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar situatie niet was veranderd en dat zij niet in staat was gangbare arbeid te verrichten. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege het te laat verstrekken van de arbeidskundige toelichting, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslag juist is en dat er geen nieuwe gegevens waren die dit in twijfel konden trekken.
De Raad merkte op dat het bevoegd is om de rechtsgevolgen van een vernietigd besluit in stand te laten, mede om proceseconomische redenen. De Raad vond geen gronden om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen en bevestigde de aangevallen uitspraak, waarmee het beroep van appellante werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit maar laat de rechtsgevolgen in stand en wijst het hoger beroep af.