ECLI:NL:CRVB:2008:BG4522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische motivering
Appellant, die sinds 1987 een WAO-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid, werd in 2002 geconfronteerd met een besluit van het UWV tot intrekking van deze uitkering. Dit besluit was gebaseerd op een nieuwe beoordeling van zijn functionele mogelijkheden, waarbij het UWV afweek van het buitenlandse medische rapport uit Marokko. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond wegens onzorgvuldige medische voorbereiding en gebrek aan deugdelijke motivering.
Na aanpassing van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) door een bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige, handhaafde het UWV het besluit tot intrekking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom het op diverse aspecten van de belastbaarheid van appellant afweek van het buitenlandse rapport. De Raad stelde vast dat het besluit in medisch opzicht onzorgvuldig was voorbereid en de motivering ontbrak. Gezien de gegevens kon niet worden aangenomen dat appellant geschikt was voor de voorgehouden functies. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuwe beslissing te nemen.