ECLI:NL:CRVB:2008:BG4620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende aannemelijke tijdige aanzegging passende functies
Appellante, arbeidsongeschikt verklaard wegens whiplashklachten, kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken omdat zij naar het oordeel van het Uwv weer in staat was haar eigen werk als administratief medewerkster te verrichten of passend werk te doen in andere functies. De rechtbank oordeelde dat het Uwv onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de functies tijdig aan appellante waren voorgehouden, waardoor het besluit onvoldoende arbeidskundig was onderbouwd en vernietigde het besluit.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De medische beoordeling werd als zorgvuldig en juist beoordeeld, met inachtneming van alle relevante medische gegevens, waaronder die van de behandelend neuroloog en psychiater. De Raad achtte geen noodzaak tot het benoemen van een deskundige.
De Raad stelde vast dat het Uwv onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vier functies, waaronder administratief medewerker en machinebediende voedingsmiddelenindustrie, tijdig aan appellante waren voorgehouden. Slechts één functie was schriftelijk bekendgemaakt en de arbeidsdeskundige had niet met appellante gesproken over alle functies. Hierdoor was de gebruikelijke aanzegtermijn niet nageleefd.
Gelet op deze tekortkoming in de procedure werden de hoger beroepen van appellante en het Uwv afgewezen. Het griffierecht werd aan het Uwv opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens niet tijdige aanzegging van passende functies.