ECLI:NL:CRVB:2008:BG4921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onjuiste urenomvang maatman
Appellant was werkzaam als slijper voor 40 uur per week en viel uit wegens rug- en gewrichtsklachten. Het UWV herzag zijn WAO-uitkering op basis van een medische en arbeidskundige beoordeling, waarbij de urenomvang van de maatman werd gemaximeerd op 38 uur per week. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende arbeidskundige toelichting, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was, onder meer door het ontbreken van informatie over psychische klachten. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verhoging van de WAO-uitkering later vooral arbeidskundig was, niet medisch.
De Raad stelde vast dat de maximering van de urenomvang op 38 uur per week niet verbindend is omdat dit afwijkt van het in de WAO verankerde beginsel van feitelijke inkomensderving. Hierdoor kan het besluit geen stand houden. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd vanwege onjuiste maximering van de urenomvang, en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.