ECLI:NL:CRVB:2008:BG5152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling medische en arbeidskundige geschiktheid
Appellant, een voormalig monteur, ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na een auto-ongeval. In 2004 werd de uitkering herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening en stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn beperkingen werden onderschat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep bracht appellant nieuwe psychologische rapporten in en betwistte de motivering van het UWV over de medische geschiktheid van de voorgehouden functies. De Raad oordeelde dat het onderzoek medisch voldoende zorgvuldig was, maar dat de arbeidskundige rapportage pas met het rapport van mei 2008 voldeed aan de eisen van inzichtelijkheid en toetsbaarheid volgens de jurisprudentie.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten voor appellant. Een later besluit tot herziening van de WAO-uitkering wegens verslechtering van de gezondheidssituatie werd niet betrokken bij dit hoger beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.