ECLI:NL:CRVB:2008:BG5162

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-2903 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:73 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling proceskosten na intrekking hoger beroep door UWV

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle. Betrokkene verzocht na intrekking van het hoger beroep door het UWV om veroordeling van het UWV in de proceskosten en vergoeding van wettelijke rente.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 21a van de Beroepswet het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep veroordeeld kan worden in de proceskosten van de wederpartij. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van € 322,- aan proceskosten, begroot volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Ten aanzien van het verzoek om vergoeding van wettelijke rente oordeelde de Raad dat artikel 21a Beroepswet zich beperkt tot proceskosten en niet de mogelijkheid biedt om in hoger beroep na intrekking rente toe te kennen. Betrokkene wordt verwezen naar het UWV voor een dergelijk verzoek.

De uitspraak werd gedaan door voorzitter Ch. van Voorst en griffier A.C.A. Wit op 12 november 2008.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 322,-; vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen.

Uitspraak

07/2903 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: appellant)
tegen de uitspraak van de rechtbank van Zwolle van 10 april 2007, 04/1400 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Naam betrokkene], wonende te [woonplaats], (hierna: betrokkene)
en
appellant
Datum uitspraak: 12 november 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Namens betrokkene heeft mr. J.A.H. Theunissen, werkzaam bij Juridisch Dienstverlening Nederland B.V. te Apeldoorn, een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 23 september 2008 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 6 oktober 2008 heeft mr. Theunissen, aan de Raad verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten en vergoeding van de wettelijke rente.
Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
1. Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden veroordeeld in de proceskosten.
2.1 De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellante in de proceskosten van betrokkene is gedaan.
2.2 De Raad ziet aanleiding om appellante te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
3. Met betrekking tot het namens betrokkene gedane verzoek om appellant te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente overweegt de Raad dat, nu artikel 21a Beroepswet zich beperkt tot de proceskosten, de Beroepswet niet de mogelijkheid biedt in hoger beroep, nadat het bestuursorgaan het hoger beroep heeft ingetrokken, toepassing te geven aan artikel 8:73 van Pro de Awb. Betrokkene zal zich met het verzoek om vergoeding van renteschade dienen te wenden tot appellant.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 322,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 november 2008.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.C.A. Wit.
JL