ECLI:NL:CRVB:2008:BG5195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe medische feiten
Appellant diende op 21 juni 2005 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, welke door het UWV werd opgevat als een verzoek tot herziening van het besluit uit 1991 waarbij zijn AAW-uitkering werd ingetrokken. Het UWV wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte dat eveneens ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn aanvraag een nieuwe uitkering betrof en dat het UWV ten onrechte het verzoek als herziening had aangemerkt. Tevens voerde hij aan dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden en dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar nieuwe medische gegevens. Het UWV handhaafde het standpunt dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 4:6 Awb Pro een nieuwe aanvraag dient te worden onderbouwd met nieuwe feiten of omstandigheden, wat hier ontbrak. De medische stukken van appellant bevatten geen nieuwe gegevens die tot een ander oordeel over zijn beperkingen per 1 december 1991 konden leiden. De bezwaarverzekeringsarts had terecht haar onderzoek beperkt tot de vraag of er nieuwe medische gegevens waren. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in stand kon blijven en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het herzieningsverzoek blijft in stand.