ECLI:NL:CRVB:2008:BG5214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, voormalig heftruckchauffeur, meldde zich arbeidsongeschikt vanwege angst- en rugklachten en ontving aanvankelijk een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2006 concludeerde het UWV dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering in. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, waarbij medische deskundigen beperkingen vaststelden op diverse onderdelen van het FIS-formulier. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat bepaalde beperkingen niet juist waren verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische grondslag en de arbeidskundige beoordeling van het UWV standhouden. De beperking voor het werken met gevaarlijke machines betreft een persoonlijk risico, waarvoor appellant niet beperkt is geacht. Ook informatie over een gedeeltelijke vrijstelling van arbeidsverplichtingen uit 2008 is niet relevant voor de situatie op de datum van het besluit.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door rechter C.W.J. Schoor op 18 november 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.