ECLI:NL:CRVB:2008:BG5378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C.P. Venema
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf 1999 gezinsbijstand samen met zijn toenmalige echtgenote. Na een echtscheiding in april 2006 ontving de ex-echtgenote bijstand als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een vermoeden van illegale inkomsten uit vervalsing van identiteitsbewijzen, startte de Sociale Recherche een onderzoek. Dit leidde tot het besluit van het College van B&W om de bijstand van appellant en zijn ex-echtgenote in te trekken over de periode 1 januari 2003 tot en met 30 april 2005 en de onterecht ontvangen bedragen terug te vorderen.
De Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door het niet melden van inkomsten uit autohandel en het bezit van bankrekeningen waarop middelen van onbekende herkomst zijn ontvangen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Tevens was appellant niet duurzaam gescheiden van zijn echtgenote in de periode na 12 februari 2005, waardoor gezinsbijstand had moeten worden verleend. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen volgens het geldende beleid.
De Raad concludeert dat het College terecht heeft gehandeld en ziet geen bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht en het ontbreken van duurzaam gescheiden leven.