ECLI:NL:CRVB:2008:BG5545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, laatstelijk voltijds schoonmaker, viel in januari 1998 uit wegens psychische klachten en ontving vanaf januari 1999 een WAO-uitkering. Het UWV herbeoordeelde zijn situatie in 2005 en concludeerde dat appellant duurzaam benutbare mogelijkheden had, met beperkte belastbaarheid voor zware lasten. Op basis hiervan werd zijn WAO-uitkering per december 2005 ingetrokken.
In de bezwaarprocedure werden aanvullende medische onderzoeken uitgevoerd, waaronder een psychiatrisch onderzoek dat paniekstoornis met agorafobie vaststelde. Dit leidde tot een aangepaste functionele mogelijkhedenlijst en een herbeoordeling van geschikte functies, waarbij enkele functies vervielen maar andere geschikt bleven, met een verlies aan verdiencapaciteit onder 15%. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende was. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten niet adequaat waren meegenomen, maar de Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de eerdere conclusies. De Raad achtte de medische en arbeidskundige grondslagen voldoende en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.