ECLI:NL:CRVB:2008:BG5548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 1997 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en ontving een WAO-uitkering. Het UWV trok deze uitkering in 2005 in na een medische en arbeidskundige beoordeling die stelde dat haar belastbaarheid hoger was dan eerder aangenomen. In bezwaar en bij de rechtbank werd het besluit gehandhaafd.
In hoger beroep betoogde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, omdat de bezwaarverzekeringsarts geen aanvullende informatie had opgevraagd bij haar psycholoog, en dat haar psychische beperkingen waren onderschat. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling voldoende was onderbouwd, mede omdat de arts Eygür informatie van een gedragstherapeut had betrokken en beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren waren erkend.
De Raad vond dat de arbeidskundige grondslag uiteindelijk voldoende was, mede door een aanvullend rapport in hoger beroep dat aantoonde dat resterende functies medisch geschikt waren en het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen werden in stand gelaten. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.