ECLI:NL:CRVB:2008:BG5775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing beperkingen
Appellant, werkzaam als porter/magazijnmedewerker, werd wegens vermoeidheidsklachten en epilepsie arbeidsongeschikt verklaard en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid tussen 15 en 25%.
In een herbeoordeling in 2005 stelde een verzekeringsarts beperkingen vast die leidden tot een verlies aan verdiencapaciteit van 10,26%. Op grond hiervan trok het UWV in 2006 de WAO-uitkering in omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan niet geschikt te zijn voor de geduide functies en verwees naar eerdere uitspraken over medische gegevens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende medische gegevens heeft overgelegd die een verdere beperking aantonen en dat de arbeidskundige onderbouwing van het UWV voldoende inzichtelijk en toetsbaar is.
De Raad acht geen reden voor proceskostenveroordeling en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende medische onderbouwing van beperkingen.