ECLI:NL:CRVB:2008:BG5779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering, die was toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het Uwv trok de uitkering per 20 oktober 2005 in, omdat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, verwijzend naar rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen die stelden dat appellante in staat was passend werk te verrichten zonder urenbeperking.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij medisch meer beperkt is dan aangenomen, met name door een beperkte energetische belastbaarheid, en dat de functies te hoge eisen stellen aan concentratie en geheugen. De Raad overwoog dat de arbeidsdeskundige rapportages voldoende gemotiveerd hadden dat de belasting van de functies binnen haar belastbaarheid bleef. Medische informatie van verzekeringsartsen bevestigde dat er geen reden was voor een urenbeperking.
De Raad vond geen nieuwe medische gegevens die twijfel zaaiden over de vastgestelde belastbaarheid. Ook werd overwogen dat een verbetering van de belastbaarheid over tijd mogelijk is, ondanks eerdere prognoses van beperkte benutbare mogelijkheden. Gelet hierop werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid is afgenomen tot minder dan 15%.