ECLI:NL:CRVB:2008:BG5786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en vergoeding wettelijke rente na bezwaar en beroep
Appellante ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens lichamelijke en psychische klachten. In 2006 herzag het UWV de uitkering op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het eerste besluit, omdat appellante belang behield vanwege haar verzoek om schadevergoeding. De Raad bevestigt de zorgvuldigheid van het medisch en arbeidskundig onderzoek waarop de herziening is gebaseerd en verklaart het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellante en wijst het verzoek om schadevergoeding toe, waarbij de wettelijke rente vanaf 1 april 2006 verschuldigd is. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige beoordeling van medische en arbeidskundige rapporten en het belang van een correcte procedurele behandeling van bezwaar en beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard, met vergoeding van schade, proceskosten en griffierecht aan appellante.