ECLI:NL:CRVB:2008:BG5858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarbij haar WAO-uitkering werd herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 55-65%. De rechtbank had het eerdere besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.
In het nieuwe besluit handhaafde het UWV de herziening, waarop appellante opnieuw bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat zij zich kon verenigen met de medische en arbeidskundige onderbouwing.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom haar medische en arbeidskundige argumenten niet overtuigend waren, met name over de juistheid van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en de vertaling van de FIS-scorelijst. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat het rapport van de medisch adviseur van appellante geen objectieve gegevens bevatte die het oordeel van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts van het UWV konden weerleggen.
De Raad concludeerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de passende functies correct waren bepaald. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het beroep ongegrond.