ECLI:NL:CRVB:2008:BG6149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht bij privaatrechtelijke dienstbetrekking en correctie Zfw-premie
Appellante, werkzaam in loodgieters- en installatiebranche, betwistte de door het Uwv opgelegde correctienota’s over de jaren 2002-2005, waarin verzekeringsplicht werd aangenomen voor betrokkene op grond van sociale zekerheidswetten. De rechtbank had geoordeeld dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking vanwege aanwezigheid van gezagsverhouding, persoonlijke dienstverrichting en loonbetaling.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat deze drie essentiële kenmerken aanwezig zijn, waardoor verzekeringsplicht van rechtswege ontstaat. De Raad benadrukte dat de bedoeling van partijen niet doorslaggevend is. Wel oordeelde de Raad dat het Uwv ten onrechte de premie Zfw in de correctienota’s had begrepen, omdat betrokkene niet verplicht verzekerd was voor de Zfw gezien de loongrens.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit voor zover het de Zfw-premie betreft en bepaalde dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Verzekeringsplicht bevestigd, maar correctienota’s voor Zfw-premie vernietigd en Uwv veroordeeld tot nieuwe besluitvorming en proceskostenvergoeding.