ECLI:NL:CRVB:2008:BG6206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAJONG-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAJONG-uitkering in te trekken op grond van een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelt appellante dat onvoldoende rekening is gehouden met haar medische beperkingen en dat het UWV ten onrechte het vernieuwde Claimbeoordelings- en borgingssysteem (CBBS) gebruikte.
De Raad oordeelt dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde medische beperkingen en onderschrijft de overwegingen van de rechtbank. Appellante heeft geen nieuwe medische gegevens of argumenten aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Wat betreft het gebruik van het CBBS stelt de Raad dat dit systeem als hulpmiddel door het UWV mag worden gebruikt, verwijzend naar eerdere rechtspraak.
De arbeidsdeskundige rapportages geven een deugdelijke en gemotiveerde toelichting dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellante. Omdat pas in hoger beroep een volledige toelichting is gegeven, vernietigt de Raad het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb in stand.
De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAJONG-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.