ECLI:NL:CRVB:2008:BG6347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAZ-uitkering bevestigd ondanks medische diagnose cutane sarcoïdose
Appellante werkte als meewerkend echtgenote in een meubelzaak en viel in mei 2003 uit wegens lichamelijke klachten. Het UWV kende haar vanaf april 2004 een WAZ-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In september 2005 trok het UWV deze uitkering in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% zou zijn. De rechtbank vernietigde het arbeidskundige deel van dit besluit, maar handhaafde de medische grondslag.
In hoger beroep betwistte appellante de medische beoordeling en stelde zij zich beperkter dan het UWV aannam. Het UWV handhaafde haar standpunt en bracht aanvullende rapporten in. De Raad concludeerde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren en dat de nieuwe diagnose cutane sarcoïdose geen aanleiding gaf tot herziening van de beperkingen.
De Raad oordeelde dat appellante de functies die ten grondslag lagen aan de schatting kan verrichten en verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAZ-uitkering bevestigd.