ECLI:NL:CRVB:2008:BG6544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en rechtsgevolgen vernietigd besluit
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard wegens hartklachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100%. Het UWV herzag deze uitkering in 2004 naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV voldoende medische grondslag had voor de vaststelling van de beperkingen, en dat de arbeidskundige onderbouwing in hoger beroep adequaat was aangevuld. De Raad stelde vast dat appellant geschikt was voor bepaalde functies binnen de beperkingen, en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld op 25-35%.
De Raad bevestigde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen blijven, ook al was het besluit zelf onvoldoende gemotiveerd. Verder werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. De beslissing werd uitgesproken door rechter H. Bolt op 2 december 2008.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand; UWV moet proceskosten en griffierecht vergoeden.