ECLI:NL:CRVB:2008:BG6829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Stam
- T.J. van der Torn
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant ging in hoger beroep tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was verlaagd van 80-100% naar 65-80% per 4 januari 2006. De rechtbank had het besluit van het UWV bevestigd en de Raad toetste dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onjuiste medische beperkingen had vastgesteld en onvoldoende rekening had gehouden met medicatie en periodieke opvlammingen van klachten, waardoor hij niet in staat zou zijn de voorgestelde functies te vervullen. De Raad oordeelde echter dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren voor onvolledigheid of onjuistheid van de beperkingen.
Daarnaast vond de Raad geen reden om aan te nemen dat de geselecteerde functies niet passend waren voor appellant, en onderschreef zij de arbeidskundige beoordeling. Omdat appellant geen aanvullende medische gegevens aanvoerde die tot een andere beoordeling konden leiden, werd de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit als juist beschouwd.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 5 december 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid.