ECLI:NL:CRVB:2008:BG7262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische motivering
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering en de weigering van haar Ziektewet-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de medische beoordeling onjuist was, mede vanwege psychosociale problematiek en medicijngebruik, en verzocht zij om benoeming van een medisch deskundige.
De Raad overwoog dat er geen reden was om te twijfelen aan de medische grondslag van het besluit. De rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige waren voldoende gemotiveerd en toonden aan dat de beperkingen van appellante niet zodanig waren dat haar arbeidsongeschiktheid hoger moest worden ingeschat. De Raad vond geen aanleiding tot het benoemen van een medisch deskundige of het heropenen van het onderzoek.
Hoewel de Raad twijfelde over de geschiktheid van de functie machinaal metaalbewerker, waren er voldoende andere geschikte functies. De Raad vernietigde het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wegens strijd met de Awb, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het beroep tegen de weigering van de ZW-uitkering werd bevestigd. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Besluit tot intrekking WAO-uitkering vernietigd maar rechtsgevolgen blijven in stand; beroep tegen weigering ZW-uitkering afgewezen.