ECLI:NL:CRVB:2008:BG7278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C.P. Venema
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens door woningbezit
Appellanten ontvingen bijstand vanaf 17 september 1997. Op 23 september 1997 werden zij eigenaar van een woning, waardoor zij vermogen kregen dat de vrijlatingsgrens overschreed. De bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd over de periode 1997-2001. De Commissie stelde het terugvorderingsbedrag vast op €42.350,33, later bij besluit van 21 augustus 2006 op €15.630,65.
De rechtbank vernietigde dit besluit gedeeltelijk en stelde het terugvorderingsbedrag op €14.630,65. In hoger beroep betoogden appellanten dat zij op grond van het vertrouwensbeginsel mochten uitgaan van een lagere terugvordering van €219,33. De Raad oordeelde dat de Commissie bevoegd was tot terugvordering vanaf het moment dat appellanten over het vermogen konden beschikken, namelijk 28 september 2001.
De Raad beperkte het terugvorderingsbedrag tot €7.678,15, het verschil tussen de helft van de netto-opbrengst van de woning en de vermogensgrens, en verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel wegens gebrek aan een duidelijke toezegging. Tevens veroordeelde de Raad de Commissie in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt beperkt tot €7.678,15 en het beroep van appellanten wordt gegrond verklaard.