ECLI:NL:CRVB:2008:BG7394
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening besluit weigering WUV-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1927, diende in juni 1991 een aanvraag in voor een periodieke uitkering als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Deze aanvraag werd in september 1992 afgewezen omdat niet was vastgesteld dat de tewerkstelling van appellant onder de Organisation Todt voldeed aan de criteria van de Wet, met name het ontbreken van bewijs van permanente bewaking en een reactie van de Duitse bezetter op weigering tot tewerkstelling.
Appellant heeft geen rechtsmiddelen tegen dit besluit aangewend, maar verzocht in september 1996 om herziening van het besluit. Dit verzoek werd afgewezen in december 1996 en gehandhaafd in juli 1997. Een beroep tegen deze besluiten werd in maart 2000 ongegrond verklaard door de Raad.
In april 2006 diende appellant opnieuw een verzoek tot herziening in, dat werd afgewezen in oktober 2006 en gehandhaafd bij het bestreden besluit. De Raad oordeelt dat appellant geen nieuwe feiten of gegevens heeft aangevoerd die aanleiding geven tot herziening. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten.