ECLI:NL:CRVB:2008:BG7418
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek erkenning burger-oorlogsslachtoffer op grond van ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft meerdere keren verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van zijn verblijf in Nederlands-Indië tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. Eerdere aanvragen en bezwaren zijn afgewezen omdat niet is gebleken dat appellant direct getroffen is door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
In juni 2007 diende appellant een herzieningsverzoek in, dat eveneens werd afgewezen omdat hij geen nieuwe feiten of gegevens aanvoerde die aanleiding zouden geven tot herziening. De Raad toetste dit besluit terughoudend vanwege de discretionaire bevoegdheid van verweerster.
De Raad concludeert dat appellant slechts eerdere argumenten herhaalde zonder relevante nieuwe informatie te verstrekken. Ook de algemene oorlogsomstandigheden waaronder appellant heeft geleden, kwalificeren niet als direct oorlogsgeweld in de zin van de Wet. Een medisch onderzoek werd terecht achterwege gelaten omdat niet is vastgesteld dat appellant oorlogsgeweld heeft ondervonden.
Daarom kan het bestreden besluit standhouden en wordt het beroep ongegrond verklaard. Tevens is geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het herzieningsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten.