ECLI:NL:CRVB:2008:BG8066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak inzake zorgvuldigheid besluit WAO-uitkering
Betrokkene was werkzaam als kapster en viel in mei 1999 uit vanwege rugklachten. Haar WAO-uitkering, toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, werd in juni 2002 ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Betrokkene maakte bezwaar, dat in augustus 2003 ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit in juli 2004 vanwege onvolledig medisch onderzoek, met name het niet opvragen van gegevens bij het Spine & Joint Centre (S&JC).
Appellant stelde in een nieuw besluit op bezwaar van april 2005 de bezwaren opnieuw ongegrond, ondanks aandringen van betrokkene om ook medische gegevens bij podo-orthesioloog Van Pelt op te vragen. De rechtbank verklaarde dit nieuwe besluit op bezwaar in december 2005 eveneens ongeldig wegens het ontbreken van deze informatie. In hoger beroep stelde appellant dat het niet relevant was om informatie bij Van Pelt op te vragen omdat betrokkene pas na de datum in geding bij hem in behandeling was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat appellant het nieuwe besluit niet zorgvuldig had voorbereid door geen medische gegevens bij Van Pelt op te vragen. De Raad overwoog dat de rechtbank in haar eerste uitspraak had vastgesteld dat het niet noodzakelijk was om Van Pelt te raadplegen, omdat betrokkene pas na de datum in geding bij hem in behandeling was gekomen en er geen objectieve medische gegevens over die periode waren. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij appellant werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.