ECLI:NL:CRVB:2008:BG8185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging recht op ziekengeld wegens herstel arbeidsgeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als afwerkster, meldde zich op 12 januari 2004 ziek wegens spanningsklachten en knieproblemen. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat zij sinds 1 augustus 2005 weer geschikt was voor haar arbeid en beëindigde het recht op ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar artrose was toegenomen en dat de medische beoordeling onvoldoende was gemotiveerd, met name over de psychische klachten. Zij bracht aanvullende medische stukken in.
De Raad overwoog dat het besluit van het UWV gebaseerd was op zorgvuldig medisch onderzoek door verzekeringsartsen en dat de aanvullende stukken geen nieuwe inzichten boden. De Raad bevestigde dat appellante sinds 1 augustus 2005 niet langer ongeschikt was voor haar arbeid en dat het recht op ziekengeld terecht was beëindigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.