ECLI:NL:CRVB:2008:BG8203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging recht op ziekengeld na medische beoordeling met terugwerkende kracht
Appellante viel op 16 februari 2005 uit wegens rug- en psychische klachten en ontving een uitkering op grond van de Ziektewet. Een medisch onderzoek door een arts van het UWV op 7 april 2006 concludeerde dat zij per 22 november 2005 was hersteld. Op basis hiervan werd het recht op ziekengeld per die datum beëindigd. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen na een aanvullend onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en vond het onderzoek zorgvuldig en voldoende diepgaand. In hoger beroep voerde appellante geen wezenlijk nieuwe gronden aan. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het tijdsverloop tussen ziekmelding en medische beoordeling geen reden is om het recht op uitkering te verlengen.
De Raad stelde vast dat het UWV voldoende rekening hield met de medische toestand op de datum in geding en dat het niet nodig was om aanvullende informatie bij de behandelend arts op te vragen. Ook het advies van een psycholoog/psychotherapeut, dat pas laat werd ingebracht, werd niet meegenomen omdat het niet tijdig was ingediend en de gestelde diagnose niet werd ondersteund door medische feiten.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld per 22 november 2005. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld is per 22 november 2005 beëindigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.