ECLI:NL:CRVB:2008:BG8240

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-1682 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek

Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid was verlaagd van 80-100% naar 45-55%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek voldoende zorgvuldig was uitgevoerd.

In hoger beroep betoogde appellant dat zijn psychische klachten en gebrek aan zelfredzaamheid onvoldoende waren meegewogen en dat een medisch deskundige benoemd had moeten worden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank terecht geen deskundige benoemde, omdat de verzekeringsartsen hun oordeel baseerden op eigen onderzoek, psychiatrische rapportages en aanvullende informatie van de behandelend psychiater.

De Raad stelde vast dat de medische informatie in het dossier geen twijfel opriep over de vastgestelde belastbaarheid en dat nadere medische beoordeling niet nodig was. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

07/1682 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 5 februari 2007, 06/4418 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 19 december 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J. Singh, advocaat te Hoofddorp, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 november 2008. Appellant en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door C. van Nood.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 27 januari 2006 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 27 maart 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.
1.2. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van 13 april 2006 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard.
2.1. In het tegen dit besluit ingestelde beroep heeft appellant betoogd dat de (bezwaar)verzekeringsarts zijn psychische klachten heeft onderschat en dat zijn gebrek aan psychische zelfredzaamheid hem ongeschikt maken voor het verrichten van enige arbeid.
2.2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat aan het bestreden besluit een voldoende zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek ten grondslag ligt, dat er geen reden is om aan de door de (bezwaar)verzekeringsarts beschreven belastbaarheid van appellant te twijfelen en dat appellant in staat was te achten de door de (bezwaar)arbeidsdeskundige voorgehouden functies te verrichten. Omdat de geschiktheid van die functies pas in de beroepsfase werd toegelicht, vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en bepaalde zij dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
3. Het namens appellant tegen de aangevallen uitspraak ingestelde hoger beroep is beperkt tot de vraag of de rechtbank terecht en op juiste gronden de benoeming van een medisch deskundige achterwege heeft gelaten.
4.1. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.
4.2. In verband met een in de Functionele Mogelijkheden Lijst opgenomen urenbeperking hebben twee primaire verzekeringsartsen gerapporteerd. De verzekeringsarts W.F. Groen heeft zijn oordeel omtrent de beperkingen van appellant gevormd op basis van eigen onderzoek en het verslag van de door psychiater W. Dominicus verrichte expertise, die de beschikking had gekregen over eerdere psychiatrische rapportages zoals blijkt uit zijn verslag. De verzekeringsarts D.M.C. Breesnee verkreeg op zijn verzoek ook nog informatie van de behandelend psychiater. De bezwaarverzekeringsarts heeft vervolgens na dossierstudie en tijdens de hoorzitting verricht eigen onderzoek de opvatting onderschreven van de primaire verzekeringsartsen dat appellant ondanks zijn psychische en lichamelijke klachten in staat is te achten om gedurende ongeveer 4 uur per dag eenvoudige en in overwegende mate zittende werkzaamheden uit te voeren. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat aan de vaststelling van de belastbaarheid van appellant een voldoende zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek ten grondslag ligt.
4.3. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank op goede gronden overwogen dat de door appellant in beroep ingebrachte medische informatie geen twijfel oproept aan de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid. De Raad stelt vast dat de brief van de behandelend psychiater aan de verzekeringsarts Breesnee al onderdeel was van het dossier en dat de brief van de chirurg geen enkele informatie bevat over de medische situatie van appellant op de datum in geding. De rechtbank heeft voldoende gemotiveerd dat voor nadere medisch onderzoek door een deskundige geen aanleiding was.
4.4. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam als voorzitter en A.T. de Kwaasteniet en M. Greebe als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 december 2008.
(get.) R.C. Stam.
(get.) A.C.A. Wit.
JL