ECLI:NL:CRVB:2008:BG8240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid was verlaagd van 80-100% naar 45-55%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek voldoende zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn psychische klachten en gebrek aan zelfredzaamheid onvoldoende waren meegewogen en dat een medisch deskundige benoemd had moeten worden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank terecht geen deskundige benoemde, omdat de verzekeringsartsen hun oordeel baseerden op eigen onderzoek, psychiatrische rapportages en aanvullende informatie van de behandelend psychiater.
De Raad stelde vast dat de medische informatie in het dossier geen twijfel opriep over de vastgestelde belastbaarheid en dat nadere medische beoordeling niet nodig was. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en wijst het hoger beroep af.