ECLI:NL:CRVB:2008:BG8335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende arbeidsgeschiktheid ondanks rechterschouderproblematiek
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 4 juli 2005 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Zij voerde aan dat haar beperkingen, met name de rechterschouderproblematiek, uitgebreider waren dan vastgesteld door de bezwaarverzekeringsarts, waardoor het UWV onjuiste conclusies had getrokken over haar functionele mogelijkheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en deze uitspraak werd in hoger beroep bevestigd door de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de medische gegevens van de huisarts en diverse specialisten, waaronder een reumatologe, neuroloog, neurochirurg en orthopedisch chirurg, voldoende steun boden aan de conclusie van het UWV dat appellante in staat was de haar voorgelegde functies te vervullen.
De Raad hechtte geen gewicht aan de eigen niet-medisch onderbouwde mening van appellante over haar gezondheidstoestand. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De intrekking van de WAO-uitkering werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 4 juli 2005 wordt bevestigd omdat appellante in staat was de voorgestelde functies te vervullen.