ECLI:NL:CRVB:2008:BG8341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende passende functies en onduidelijke beperkingen
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de herziening van haar WAO-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld tussen 35 en 45%. Na eerdere besluiten en uitspraken waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd bijgesteld naar 55-65%, bleef discussie bestaan over de juistheid en volledigheid van de beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank had eerder geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, maar dat de functie van produktiemedewerker industrie niet passend was vanwege de vereiste rustige omgeving, terwijl deze functie geluidsoverlast kent. Appellante stelde dat haar overgevoeligheid voor licht en geluid onvoldoende was meegenomen, en dat ook andere functies te veel prikkels bevatten.
De Raad oordeelt dat de toelichting in de FML onvoldoende duidelijk maakt dat appellante overgevoelig is voor licht en lichteffecten, waardoor het risico bestaat dat functies worden geselecteerd die haar belastbaarheid te boven gaan. Daarnaast zijn functies als produktiemedewerker industrie en inpakker niet passend vanwege de omgeving. Alleen de functie van produktiemedewerker textiel wordt als geschikt beschouwd, maar dat is onvoldoende voor de schatting van arbeidsongeschiktheid.
De Raad vernietigt het besluit van 13 juni 2007 en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 13 juni 2007 wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.