ECLI:NL:CRVB:2008:BG8344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering bij stabiel Bechterewbeeld en toegenomen rugbeweeglijkheid
Appellant, werkzaam als medewerker interne dienst, viel in 1996 uit door de ziekte van Bechterew en fibromyalgie. Zijn WAO-uitkering werd beëindigd per 22 april 2006, nadat bezwaar was gegrond verklaard tegen eerdere beëindiging per 21 november 2005.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische beoordeling door het UWV juist was en geen indicatie bestond voor een urenbeperking ondanks vermoeidheidsklachten. De Raad onderschrijft dit oordeel en stelt dat de beperkingen niet zijn onderschat, mede gelet op de functionele mogelijkhedenlijst en de arbeidskundige rapportages.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn vermoeidheid en dat hij niet geschikt zou zijn voor de geduide functies. Deze stellingen werden niet ondersteund door medische gegevens en konden het oordeel van de rechtbank en UWV niet wijzigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.