ECLI:NL:CRVB:2008:BG8367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek zonder nieuwe gezichtspunten
Appellant was productiemedewerker en viel uit wegens pols- en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van het maatmaninkomen kon verdienen en weigerde de WIA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) de beperkingen juist weerspiegelde. Appellant bracht geen nieuwe medische stukken in die de ernst van zijn beperkingen onderbouwen en zijn verzoek om een deskundigenrapportage werd afgewezen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de verzekeringsarts onvoldoende kennis had van zijn psychische klachten en dat een psychiatrisch deskundigenrapport nodig was. De Raad volgde dit niet en stelde vast dat de medische beperkingen mede gebaseerd waren op gegevens van de GGZ. Er waren geen nieuwe feiten die twijfel aan het medisch oordeel rechtvaardigden.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.