ECLI:NL:CRVB:2008:BG8368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens juiste medische grondslag
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de intrekking van haar WAZ-uitkering door het Uwv, welke was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard vanwege onvoldoende motivering van het besluit, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij meer beperkt is dan vastgesteld en verzocht om een medisch deskundige. De Raad volgt de overwegingen van de rechtbank en stelt vast dat appellante geen nieuwe objectieve medische gegevens heeft ingebracht die twijfel doen rijzen over de medische beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De verklaring van de revalidatiearts was reeds meegenomen in het bezwaar en beoordeeld door de bezwaarverzekeringsarts.
De Raad onderschrijft het standpunt van het Uwv dat de schatting van 17 uren arbeid per week en de indicatie van lichte werkzaamheden passend zijn. Er is geen aanleiding voor het raadplegen van een deskundige. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering wegens juiste medische grondslag.