ECLI:NL:CRVB:2008:BG8380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige toelichting
Appellante, werkzaam als telefoniste/receptioniste, meldde zich in 2003 ziek met psychische klachten waaronder agorafobie. Na een WAO-uitkering van 80-100% werd deze per 31 juli 2006 ingetrokken door het UWV op basis van medische en arbeidskundige rapporten.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen werden onderschat, met name vanwege sociale fobie en angst om zonder begeleiding op straat te zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV onderschreef.
In hoger beroep stelde appellante opnieuw dat haar beperkingen werden onderschat en dat de arbeidskundige toelichting onvoldoende was. De Raad oordeelde dat de medische grondslag voldoende deugdelijk was, maar dat de arbeidskundige toelichting pas na het bestreden besluit helder en inzichtelijk was verkregen.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende arbeidskundige toelichting, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.