ECLI:NL:CRVB:2008:BG8396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Geen gezagsverhouding tussen partijen in agentuurovereenkomst, geen privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellante, een handelsmaatschappij, voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem die haar aansprakelijk stelde voor premies sociale verzekeringen over de jaren 2002-2004. Het UWV stelde dat tussen appellante en betrokkene sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, gebaseerd op een agentuurovereenkomst.
De Raad beoordeelde de overeenkomst en concludeerde dat hoewel enkele bepalingen op een gezagsverhouding wezen, de feitelijke omstandigheden zoals het hebben van een eigen klantenkring, het betalen van vaste kosten voor kantoorruimte en telefoon, en het lopen van ondernemersrisico, wezen op een gezamenlijke bedrijfsvoering zonder werkgeversgezag.
Hierdoor kon niet worden gesproken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en waren de opgelegde premiecorrecties onterecht. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en de besluiten van het UWV, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de premienota's van het UWV en oordeelt dat geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond.