ECLI:NL:CRVB:2008:BG8420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na praktische schatting arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage heeft vastgesteld op 45-55% op basis van een praktische schatting van de door appellant gerealiseerde verdiensten in zijn eigen werk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond na advies van een oogarts-deskundige.
In hoger beroep voerde appellant aan dat niet alleen medisch objectiveerbare beperkingen, maar ook zijn gehele situatie, waaronder de thuissituatie, in aanmerking genomen moesten worden. De Raad overwoog echter dat geen aanleiding bestond om de vaststelling van de beperkingen op de Functionele Mogelijkhedenlijst van april 2005 onjuist te achten, mede omdat appellant geen aanvullende medische gegevens had overgelegd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en merkte op dat het bezwaararbeidsdeskundige rapport van december 2005 leidde tot een praktische schatting van het arbeidsongeschiktheidspercentage, waarbij vier van de zes functies als ongeschikt werden beoordeeld. Hierdoor kon niet langer worden gesproken van een theoretische schatting. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde het besluit van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.