ECLI:NL:CRVB:2008:BG8431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderbijslag wegens ontbreken maatschappelijke binding met Nederland
Appellant, die de Nederlandse nationaliteit bezit, heeft van 1989 tot december 2000 in Nederland gewoond en gewerkt. Na een periode van verblijf in het buitenland keerde hij in september 2006 terug naar Nederland, waar hij introk bij een kennis. Zijn partner en kinderen verblijven echter in Marokko.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft appellant per besluit van 14 februari 2007 medegedeeld dat hij geen recht heeft op kinderbijslag omdat hij niet als verzekerde ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) wordt aangemerkt. Dit besluit werd bevestigd door de rechtbank Roermond en is nu in hoger beroep voorgelegd aan de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overweegt dat voor de toepassing van de AKW het begrip ingezetene afhankelijk is van het middelpunt van het maatschappelijk leven, waarbij sociale, economische en juridische bindingen met Nederland centraal staan. Hoewel appellant de Nederlandse nationaliteit bezit (juridische binding), is zijn economische binding zwak doordat hij afhankelijk is van een bijstandsuitkering en geen zelfstandige woonruimte heeft. De sociale binding is eveneens zwak, mede doordat zijn gezin in Marokko verblijft en hij geen sociaal netwerk in Nederland onderhoudt.
Gezien het totaalbeeld concludeert de Raad dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden om als ingezetene te worden aangemerkt en dus niet verzekerd is voor de AKW. De Raad bevestigt het bestreden besluit en oordeelt dat geen sprake is van benadeling door het ontbreken van verwijzing naar toepasselijke wetsartikelen in het besluit. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op kinderbijslag omdat hij niet als ingezetene voor de AKW wordt aangemerkt.