ECLI:NL:CRVB:2008:BG8462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld na geschiktheid voor passende functies volgens WAO-toetsing
Appellant, die zich ziek meldde vanwege nek-, rug- en schouderklachten, kreeg op 30 maart 2006 bericht dat hij geen recht meer had op ziekengeld omdat hij geschikt werd geacht voor functies die eerder in het kader van de WAO waren vastgesteld. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV een onjuist toetsingskader hanteerde door alleen te beoordelen op geschiktheid voor de destijds geduide WAO-functies en dat er ten onrechte geen overleg was gepleegd met de curatieve sector, met name de huisarts. Ook stelde hij dat de beëindiging van de uitkering met terugwerkende kracht onrechtmatig was.
De Raad overweegt dat het toetsingskader juist is en dat geschiktheid voor ten minste één van de WAO-functies uitsluit dat sprake is van ongeschiktheid in de zin van de Ziektewet. Het ontbreken van overleg met de huisarts wordt niet als onzorgvuldig beoordeeld, mede omdat de medische informatie van de internist geen aanleiding gaf tot twijfel aan de standpunten van de verzekeringsartsen. De beëindiging van de uitkering met terugwerkende kracht is niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant vanaf 29 maart 2006 geen recht meer heeft op ziekengeld wegens geschiktheid voor passende functies.