ECLI:NL:CRVB:2008:BG8543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering bij bereiken 65-jarige leeftijd bevestigd
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te beëindigen per 1 oktober 2005, omdat hij die maand de leeftijd van 65 jaar bereikte. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de beëindiging van de uitkering op goede gronden was gebaseerd op artikel 49, eerste lid, van de WAO.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er onduidelijkheid was over de duur van zijn verzekering en de hoogte van zijn AOW-pensioen. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het UWV niet bevoegd is om beslissingen te nemen over aanspraken op ouderdomspensioen krachtens de AOW. Appellant wordt verwezen naar de Sociale Verzekeringsbank voor deze kwesties.
De Raad ziet geen gronden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er zijn geen omstandigheden aanwezig die toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering per 1 oktober 2005 wegens het bereiken van de 65-jarige leeftijd.