ECLI:NL:CRVB:2008:BG8821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing Sociale Verzekeringsbank inzake AOW-verzekeringstijdvakken
Betrokkene, geboren in 1943, diende in november 2004 een aanvraag in voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Hij stelde dat hij tussen 1961 en 1973 in Nederland had gewerkt en gewoond. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) onderzocht deze beweringen en stelde bij besluit van 5 juli 2005 vast dat betrokkene geen verzekeringstijdvakken had opgebouwd in de meeste van deze jaren, behalve de periode van mei tot december 1966.
Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd bij besluit van 21 november 2005 ongegrond verklaard, omdat er geen verifieerbare gegevens waren om de verzekeringsperioden te honoreren. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit, waarna de Svb een nieuw besluit nam op 20 december 2007 waarin een deel van de periode als verzekerd werd erkend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat niet was aangetoond dat betrokkene in de overige perioden in Nederland had gewoond of gewerkt. Uit onderzoek bleek dat betrokkene slechts tussen april 1966 en januari 1968 in de gemeente Ede was ingeschreven en dat er geen bewijsstukken waren overgelegd die het arbeidsverleden konden bevestigen. Daarom werd het beroep tegen het besluit van 20 december 2007 ongegrond verklaard.
De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter T.L. de Vries op 10 december 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 20 december 2007 ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van verblijf en werk in Nederland.