ECLI:NL:CRVB:2008:BG8883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO- en WW-uitkeringen
Appellant ontving vanaf 1973 een WAO-uitkering en vanaf 2004 tevens een WW-uitkering. Naar aanleiding van een anonieme melding startte het UWV een onderzoek naar werkzaamheden als zelfstandig ondernemer die appellant niet had opgegeven. Dit leidde tot herziening van de WAO-uitkering en beëindiging van de WW-uitkering.
Het UWV vorderde de onverschuldigd betaalde bedragen terug, wat door appellant werd bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de herzienings- en beëindigingsbesluiten rechtens onaantastbaar zijn en dat appellant geen dringende redenen heeft aangevoerd om van terugvordering af te zien.
De Raad wijst het hoger beroep af en ziet geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. Hiermee blijft de terugvordering van ruim €29.900 bruto in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen wordt bevestigd.