ECLI:NL:CRVB:2008:BG8904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WW-uitkering wegens verlies werknemerschap door zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving een WW-uitkering gebaseerd op een verlies van 20 arbeidsuren per week. Naar aanleiding van een anonieme melding startte het UWV een onderzoek waaruit bleek dat appellant vanaf 12 maart 2002 voltijds als zelfstandige werkzaam was in zijn eigen onderneming. Dit leidde tot het besluit de WW-uitkering per 30 juni 2004 met terugwerkende kracht in te trekken wegens verlies van werknemerschap.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht had vastgesteld dat appellant zijn werknemerschap had verloren en de uitkering moest worden ingetrokken. Appellant voerde aan niet volledig als zelfstandige te hebben gewerkt en dat hij vanwege zijn gezondheid slechts administratieve werkzaamheden verrichtte, maar gaf toe dat hij 20 uur per week in zijn onderneming werkte zonder dit op de werkbriefjes te vermelden.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat deze uren niet buiten beschouwing konden blijven bij de vaststelling van het recht op WW-uitkering. Het standpunt van appellant dat het UWV op de hoogte was van zijn werkzaamheden werd verworpen wegens gebrek aan bewijs. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WW-uitkering per 30 juni 2004 wegens verlies van werknemerschap.