ECLI:NL:CRVB:2008:BG8933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid bevestigd met vergoeding voor overschrijding redelijke termijn
Appellant, voormalig voorman/schoonmaker, meldde zich arbeidsongeschikt vanwege spannings- en schouderklachten. Het UWV weigerde een WAO-uitkering omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit wegens procedurele tekortkomingen, maar handhaafde de inhoudelijke beoordeling.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij ernstiger beperkt was en dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat geen nieuwe medische gegevens waren aangevoerd die twijfel aan de vastgestelde beperkingen rechtvaardigden. De functies waarop de beoordeling was gebaseerd, waren medisch geschikt.
De Raad stelde vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar door het UWV was overschreden met ruim 15 maanden, wat een onredelijke vertraging opleverde. Daarom kende de Raad appellant een immateriële schadevergoeding van €1000 toe. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan appellant toegewezen.
De uitspraak bevestigt de inhoudelijke afwijzing van de WAO-uitkering, maar erkent de procedurele tekortkomingen en compenseert appellant daarvoor.
Uitkomst: De inhoudelijke afwijzing van de WAO-uitkering wordt bevestigd, maar appellant krijgt een immateriële schadevergoeding van €1000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.