ECLI:NL:CRVB:2008:BG8991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit schorsing WAO-uitkering wegens niet-toezending gemachtigde
Appellant ontving een schorsing van zijn WAO-uitkering omdat hij niet aan een medisch onderzoek had deelgenomen. Na bezwaar en een voorlopige voorziening werd de uitkering per 1 maart 2000 voortgezet. Het besluit hierover werd echter alleen aan appellant zelf toegezonden, niet aan zijn gemachtigde, mr. De Roy van Zuydewijn.
De gemachtigde maakte bezwaar tegen het besluit, waarbij werd aangevoerd dat het besluit ook aan haar had moeten worden verzonden omdat zij als gemachtigde was aangemeld. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege te late indiening en ontkende dat er sprake was van een tijdige domiciliekeuze.
De rechtbank onderschreef dit standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV door de intensieve contacten met de gemachtigde had moeten begrijpen dat zij ook voor dit besluit optrad. Het besluit was daardoor niet op de juiste wijze bekendgemaakt en de beroepstermijn was niet gestart. Het bezwaar was dus tijdig. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens werden de proceskosten aan appellant toegewezen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd omdat het niet aan de gemachtigde is toegezonden, waardoor het bezwaar terecht gegrond is verklaard.