ECLI:NL:CRVB:2008:BG9015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering en terugvordering partnertoeslag bij onjuiste toekenning
Betrokkene ontving studiefinanciering inclusief een partnertoeslag op grond van de Wet studiefinanciering 2000. Appellante herzag deze toekenning en vorderde terugbetaling omdat de echtgenote van betrokkene zelf recht had op studiefinanciering vanwege haar arbeidsuren en EU-nationaliteit.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene niet redelijkerwijs kon weten dat de toeslag onjuist was toegekend, omdat de echtgenote in diverse maanden minder dan 32 uur werkte en de informatie over de voorwaarden ontoereikend was. Appellante stelde in hoger beroep dat betrokkene wel degelijk had kunnen weten dat de toeslag onjuist was en dat de herziening ook op andere gronden kon worden gebaseerd.
De Raad stelde vast dat de motivering van het herzieningsbesluit onvoldoende was, met name omdat niet duidelijk was of de echtgenote voldeed aan alle materiële vereisten voor studiefinanciering. Ook was niet aannemelijk dat betrokkene eerder dan maart 2005 op de hoogte kon zijn van het gehanteerde 32-uursgemiddelde. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde appellante in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en appellante moet een nieuw besluit nemen.