ECLI:NL:CRVB:2008:BG9593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens ontbreken ziekte in psychische gezondheidstoestand
Appellant was tot 31 mei 2002 werkzaam als operator en meldde zich op 17 juni 2002 ziek vanwege psychische klachten. Het UWV besloot per 1 november 2002 het ziekengeld stop te zetten omdat appellant niet langer arbeidsongeschikt zou zijn. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant behandeld en sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank. Een deskundige psychiater concludeerde na onderzoek dat appellant op 1 november 2002 niet leed aan een psychische of psychiatrische afwijking die als ziekte of gebrek kon worden aangemerkt en dat hij in staat was zijn werk te verrichten, zoals ook blijkt uit een arbeidskundig rapport van maart 2005.
De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van deze conclusies. Opmerkelijk is dat appellant pas in november 2003 onder behandeling kwam van een psychiater, die zich niet uitliet over zijn gezondheidstoestand in november 2002. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt bevestigd als beëindigd per 1 november 2002.