ECLI:NL:CRVB:2008:BG9618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens juiste vaststelling medische beperkingen
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 65-80% arbeidsongeschiktheid per 30 november 2005. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit vanwege onvoldoende toelichting over de geschiktheid van de functies waarop de schatting was gebaseerd, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de Functionele Mogelijkheden Lijst onjuist was en dat de verzekeringsartsen onvoldoende informatie hadden ingewonnen, onder meer bij haar behandelend sector en familie. De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen wel degelijk rekening hadden gehouden met haar klachten en dat er geen nieuwe informatie was die aanleiding gaf om de vaststelling van beperkingen te betwijfelen.
De Raad stelde dat een verzekeringsarts in beginsel mag afgaan op eigen oordeel, tenzij er een afwijkend beredeneerd standpunt van de behandelende sector is, wat hier niet het geval was. Ook de verklaringen van huisarts en reumatoloog gaven geen aanleiding tot twijfel. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.