ECLI:NL:CRVB:2008:BG9639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks taalbeheersing appellant
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 80-100% naar 15-25%. Hij voerde aan dat de rechtbank ten onrechte medische gronden als tardief beschouwde en dat de maatmanomvang onjuist was vastgesteld. Ook stelde hij dat zijn beperkte beheersing van de Nederlandse taal hem belemmerde bij het verrichten van de voorgestelde functies.
De rechtbank oordeelde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) niet lichter waren ingeschat en dat de taalbeheersing geen belemmering vormde voor eenvoudige productiewerkzaamheden. De Raad onderschreef dit oordeel en verwierp het bezwaar dat appellant als EU-onderdaan niet mocht worden verplicht de Nederlandse taal te leren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 december 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.