ECLI:NL:CRVB:2008:BG9667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling maatmaninkomen zelfstandig tandarts bij WAO-uitkering
Appellante, een zelfstandig tandarts die vrijwillig verzekerd was onder de WAO, werd in 1999 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een uitkering gebaseerd op een vastgesteld maatmaninkomen per uur. Dit maatmaninkomen werd berekend op basis van 1225 werkuren per jaar, inclusief praktijkuren, acquisitie, administratie en reisuren naar verschillende praktijken waar zij als waarnemer werkte.
Appellante stelde in hoger beroep dat alleen de uren waarin zij daadwerkelijk als tandarts werkte, en niet de reisuren of indirecte uren, in aanmerking genomen mochten worden bij de berekening van haar maatmaninkomen. Tevens voerde zij aan dat het Uwv met het bestreden besluit in strijd handelde met het vertrouwensbeginsel vanwege een eerdere andere methode van vaststelling.
De Raad oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat het maatmaninkomen bij latere beoordelingen opnieuw kan worden vastgesteld. Daarnaast is het inherent aan de zelfstandige praktijkuitoefening van appellante dat reisuren en indirecte uren noodzakelijk zijn en bij de berekening van het maatmaninkomen mogen worden betrokken. De Raad bevestigde dat het Uwv het juiste aantal uren heeft gehanteerd en dat de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op juiste gronden is gebaseerd.
Daarmee werd het beroep van appellante ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het maatmaninkomen inclusief reisuren wordt bevestigd.