ECLI:NL:CRVB:2008:BG9670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks gebruik Pravastatine en ploegendienst
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken, waarbij hij stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de effecten van het medicijn Pravastatine op zijn functioneren en met de mentale belasting door ploegendienst.
De rechtbank Rotterdam vernietigde het oorspronkelijke besluit en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen, waarbij zij oordeelde dat de medische en arbeidskundige motivering onvoldoende inzichtelijk was, met name ten aanzien van de werktijden en ploegendienst.
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit op bezwaar, dat opnieuw werd bestreden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV in het nieuwe besluit voldoende had gemotiveerd dat Pravastatine geen invloed heeft op cognitief functioneren en dat de ploegendienststructuur geen mentale belemmering vormt.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank die het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond verklaarde en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.